Structurele verandering nodig in toezicht op hoger onderwijs

vrijdag, 10 juni 2016
---

Vanochtend heeft de raad van toezicht van de Universiteit van Amsterdam (UvA) bekendgemaakt dat hij in zijn geheel opstapt. Hij heeft daarmee gehoor gegeven aan de onrust die al langer speelt op de UvA. Xandra Hoek, voorzitter van de ASVA studentenunie: ‘Het is goed dat de raad van toezicht eindelijk naar studenten en docenten heeft geluisterd, maar het fundamentele probleem is niet opgelost.’ De ASVA studentenunie vindt dat de onrust op de UvA een groter probleem blootlegt. ‘De manier waarop raden van toezicht worden samengesteld en de taken en bevoegdheden die zij krijgen zijn achterhaald’, aldus Hoek.

De raad van toezicht (RvT) wordt aangesteld door de minister van onderwijs, waardoor de RvT alleen verantwoording aflegt aan de minister. De RvT hoeft dus niet in gesprek te gaan met studenten en medewerkers en weet daardoor niet wat er leeft binnen de academische gemeenschap. Volgens ASVA is de grote afstand tot de academische gemeenschap problematisch voor het functioneren van de RvT. De leden van een raad van toezicht worden voor die functie gevraagd omdat zij in het netwerk van de minister zitten. Leden komen vaak uit de politiek of het bedrijfsleven en hebben veelal geen affiniteit met onderwijs en onderzoek. De vele nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht leiden daarnaast tot belangenverstrengeling. Het Amarantis-debacle heeft laten zien dat dergelijke toezichthouders niet in staat zijn het belang van de onderwijsinstelling voorop te stellen.

De ASVA studentenunie vindt dat de manier waarop er toezicht wordt gehouden op onderwijsinstellingen in Nederland drastisch moet veranderen. Aangezien de universiteit voor het grootste gedeelte afhankelijk is van publiek geld, is het volgens ASVA zeer belangrijk dat er goed wordt gecontroleerd waar dat geld heengaat. Hoek: ‘De andere bevoegdheden van de raad van toezicht moeten flink herzien worden. Bestuurders van de universiteit mogen niet top-down door een paar mannen in achterkamertjes worden aangesteld. Het is ook onwenselijk dat de raad van toezicht zich inhoudelijk met het beleid bemoeit.’

Huidige raden van toezicht bestaan vaak voornamelijk uit grijze witte beroepsbestuurders, die nog tien andere nevenfuncties hebben. Hoek: ‘De samenstelling van de een toezichthoudend orgaan zou veel diverser moeten zijn. Je zou kunnen denken aan een raad bestaande uit onafhankelijke juridische en financiële experts met draagvlak van de academische gemeenschap.’ De ASVA studentenunie roept de minister op om nog geen nieuwe leden van de Raad van Toezicht te benoemen voordat de uitkomsten van de commissie Democratisering en Decentralisering bekend zijn. ‘De rol van de Raad van Toezicht moet structureel veranderen. De commissie Democratisering en Decentralisering gaat daar hopelijk mooie voorstellen voor doen’, aldus de ASVA-voorzitter.