Van de minister hoeven studenten die fulltime een studentenorganisatie besturen geen collegegeld te betalen, maar van de UvA wel. Een domme keuze, vindt Esther Baar.

OPINIE: De UvA moet collegegeldvrij besturen mogelijk maken

Sinds vorig jaar is het voor studenten wettelijk mogelijk om collegegeldvrij te besturen. Dat houdt in dat studenten die een fulltime bestuursfunctie vervullen geen collegegeld hoeven te betalen, terwijl zij wel ingeschreven kunnen staan als student en dus gebruik kunnen maken van de studenten-OV-kaart en een lening. Voorheen was dit niet mogelijk en moesten studenten die zich fulltime inzetten voor een vereniging of in de medezeggenschap ruim tweeduizend euro collegegeld betalen, ook al volgden ze geen vakken. Uit onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) blijkt echter dat het merendeel van de universiteiten en hogescholen collegegeldvrij besturen helemaal niet mogelijk maakt, waaronder ook de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zonde, want de kosten die worden bespaard door collegegeldvrij besturen niet in te voeren wegen bij lange na niet op tegen de voordelen die het (=fulltime besturen/studentenbetrokkenheid) met zich mee brengt. Ik zal hier kort uitleggen waarom.

Studenten die actief zijn bij een vereniging of in de medezeggenschap zijn van onschatbare waarde voor zowel een universiteit of hogeschool als hun eigen bredere (sociale) omgeving.  Dit heb ik sinds het begin van mijn studie van dichtbij mogen ervaren, het afgelopen jaar als ASVA-bestuurslid in het bijzonder. Ze proberen actief het onderwijs of de studie-ervaring van hun leeftijdsgenoten te verbeteren en doen kennis op over samenwerking met verschillende soorten mensen en het effectief behalen van doelen. Ook bouwen ze waardevolle relaties op die een gevoel van community creëren en komen ze met creatieve, effectieve en frisse oplossingen voor actuele problemen. Bovenal inspireren actieve studenten de mensen om zich heen. Hun inzet en toewijding moedigt vrienden en kennissen aan, ook buiten de schoolgemeenschap, om zich in te zetten voor de goede zaak en hun steentje bij te dragen. Betrokkenheid op deze wijze, in alle vormen en maten, kan alleen maar aangemoedigd worden. Fulltime studentbestuurders in het bijzonder leveren een grote bijdrage omdat zij zich een jaar lang volledig kunnen focussen op hun bestuursfunctie, wat ook voorkomt dat dit ten koste gaat van hun studieresultaten.

De meeste universiteiten en hogescholen erkennen gelukkig wel dat de impact van actieve studenten groot is, studenten komen namelijk in aanmerking voor een beurs uit het zogeheten ‘profileringsfonds’. Dit is een fonds waarin de bedragen staan beschreven die studenten ontvangen die bijvoorbeeld wegens een functiebeperking, topsport of een bestuursfunctie langer over hun studie doen. De hoogte van dit bedrag hangt voornamelijk af van de hoeveelheid leden van een vereniging of het aantal uren dat studenten aan het werk zouden besteden. Wat ik echter niet snap, is dat terwijl zich nu, na veel inzet en hard werk vanuit studentenorganisaties en de politiek, een gouden kans voor doet vanuit Den Haag, de hogescholen en universiteiten zelf dwarsliggen. De tweeduizend euro collegegeld die betaald moet worden om een fulltime bestuursjaar mogelijk te maken voor studenten is een grote barrière die de onderwijsinstelling makkelijk weg kan halen. Toch doen ze dat niet. Flexstuderen wordt geopperd als oplossing, maar dit is in de nabije toekomst slechts bij een paar opleidingen mogelijk en überhaupt maar 20% van de studenten per opleiding mag hieraan meedoen.

De kosten die worden gemaakt  bij het doorvoeren van collegegeldvrij besturen wegen gemakkelijk op tegen de voordelen die het fulltime besturen en bijbehorende studentenbetrokkenheid met zich mee brengen. Sterker nog, deze instellingen schieten zichzelf alleen maar in de voet door het niet mogelijk te maken. Het aantal studenten dat zich fulltime kan inzetten tijdens hun studie zal dalen totdat er alleen een kleine non-diverse groep overblijft die het zich financieel kan veroorloven. Nu is er een gouden kans om als onderwijsinstelling een keer de kant van de student te kiezen en ze een helpende hand te reiken. Ik zou de UvA dan ook op willen roepen om collegegeldvrij besturen in te voeren naast de beurs die studenten uit het profileringsfonds krijgen, en de zelfontplooiing van studenten en hun actieve deelname aan de schoolgemeenschap te stimuleren, in plaats van af te straffen.