De ‘Wet Versterking Bestuurskracht’ door de Eerste Kamer aangenomen

De Wet Versterking Bestuurskracht is op 14 juni aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet is bedoeld om de positie van de student te versterken en de medezeggenschap meer te zeggen te laten krijgen. Zo krijgen de opleidingscommissies bepaalde instemmingsrechten op onderwijsinhoudelijke zaken, waarmee ze een formeel medezeggenschapsorgaan worden. Helaas dragen de andere voorgestelde wijzigingen vrijwel niks bij aan de daadwerkelijke democratisering van de universiteit en de hogeschool.

Het wetsvoorstel, dat in februari door de Tweede Kamer werd aangenomen, zou onder andere regelen dat opleidingscommissies meer macht krijgen. Zij krijgen instemmingsrechten op onderwijsinhoudelijke zaken (bepaalde delen van de Onderwijs- en Examenreglementen). Hiermee worden opleidingscommissies volwaardige medezeggenschapsorganen. Wat voor rechten de opleidingscommissies precies krijgen, is onder dit bericht te vinden. Ook krijgen studenten en medewerkers meer invloed op benoemingen van bestuurders. Naast de medezeggenschap zijn er andere zaken die door de wet zullen veranderen. Zo mogen toetsresultaten niet meer zonder goede reden na bepaalde tijd vervallen. Hier kan je vinden wat de wet onder meer inhoudt.

 

Helaas werden er van de 57 ingediende amendementen 51 weggestemd. Ideeën die echt over democratisering en rechten van studenten gingen, werden geblokkeerd door de Tweede Kamer. Er is echt meer nodig om studenteninspraak te verbeteren. Maar hiervoor hoeven we niet te rekenen op Den Haag.

 

Voor de reactie van ASVA op de Wet Versterking Bestuurskracht, zie https://www.asva.nl/meer-inspraak-is-amsterdamse-student-door-de-neus-geboord.

 

NIEUWE PAGINA OC & WVB

Wetswijzigingen m.b.t. Opleidingscommissies

Op 16 februari 2016 is het gewijzigde wetsvoorstel “Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen” naar de Eerste Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel zou studenten meer inspraak moeten geven. Op 14 juni 2016 is het wetsvoorstel door de Eerste Kamer aangenomen. Afhankelijk van de wijzigingen zullen deze per 1 januari en 1 september 2017 in werking treden. Om voorbereid te zijn op de aankomende veranderingen staan hieronder de belangrijke wijzigingen m.b.t. opleidingscommissies (OC’s).

Voorkennis van de werkzaamheden van OC’s is handig. Mocht je daarover meer willen weten, zie dan: OC-anien en/of Handreiking OC’s UvA. Het kan ook handig zijn om de Onderwijs- en Examenreglementen (OER) van je studie erbij te pakken. Amendement 67 gaat over extra bevoegdheden voor OC’s m.b.t. de OER.

 

Amendment 65:

Vanaf ingang van de wet kunnen raden (FSR, CSR of OC’s) beroep maken op ambtelijke, financiële en juridische ondersteuning en scholing. Dit gaat over voorzieningen die vanuit de universiteit worden aangeleverd.
De raden krijgen inspraak over de hoeveelheid scholingsbudget dat ze zullen ontvangen. Voorheen was er alleen inspraak over de tijd.

Deze toevoeging heeft dus als doel om geld en juridisch advies beschikbaar te maken voor raden en opleidingscommissies.

 

Amendement 67:

In de OER wordt de wijze waarop het onderwijs wordt geëvalueerd vastgelegd. (Dit was tot op heden nog niet het geval). Hier krijgt de OC instemmingsrecht op.
Kwaliteit waarborging van de opleiding komt centraler te staan voor de OC.
De OC krijgt instemmingsrecht op bepaalde onderwijsinhoudelijke delen van  de OER, namelijk op de volgende punten:

Inhoud van de afstudeerrichtingen binnen een opleiding
de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student zich bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven
waar nodig, de inrichting van praktische oefeningen
de studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden
ten aanzien van welke masteropleidingen een studielast mogen hebben van meer dan de gebruikelijke 60 ECs
indien van toepassing: de wijze waarop de selectie van studenten voor een speciaal traject binnen een opleiding, bedoeld in artikel 7.9b, plaatsvindt (dit gaat over bepaalde tracks en keuzevakken)
Let op, GEEN inspraak op extra kwalitatieve eisen voor instroom in de master (lid 7.30b).

Adviesrecht op alle onderdelen van de OER waarop geen instemmingsrecht is.
Er komt een termijn van twee maanden waarbinnen het bestuur van de opleiding dan wel de decaan moet reageren op een advies/voorstel (9.18 lid 3).
De OC zal jaarlijkse beoordeling geven over de uitvoering van OER.
Er kan bepaald worden dat leden van de OC’s per verkiezing ingesteld worden. Er kan ook gekozen worden dit niet te doen. Dit wordt besloten door het bestuur van de opleiding en de FSR. Dit besluit tot wijze van samenstelling wordt jaarlijks geëvalueerd.
OC mag het bestuur van de opleiding of decaan ten minste 2 maal per jaar uitnodigen om het (te voeren) beleid te bespreken.
OC wordt gezien als medezeggenschapsorgaan m.b.t. artikel 9.46 over geschillen en kan dus een proces aanspannen indien er een geschil is. Voorheen kon een OC geen geschil aanspannen, maar moest dit via de FSR gebeuren.

Deze toevoegingen houden in dat de rechten van OC’s vergroot worden, met name over onderwijsinhoudelijke delen van de OER. Waar OC’s eerder alleen adviesrecht hadden, krijgen ze in bepaalde gevallen instemmingsrecht, waardoor zij mee kunnen praten én beslissen over belangrijke onderdelen van de opleiding. Hiermee wordt de OC een formeel medezeggenschapsorgaan en zal een vertegenwoordigende rol krijgen.