Het eerste onderwijscafé dat de ASVA studentenunie organiseerde was ‘voor herhaling vatbaar’, zo concludeerde ASVA-voorzitter Anne Janssens na afloop. Een goed gevulde Muziekzaal in CREA I, een gevarieerd programma en interessante discussies rechtvaardigen deze uitspraak. Een informele avond over Graduate Schools, schakelprogramma’s en de voor- en nadelen van de Bachelor-Masterstructuur.
Jim Jansen, hoofdredacteur van Folia, leidde de avond in met een smakelijk praatje over zijn eigen studietijd. Vervolgens trapte Dymph van den Boom, de rector magnificus van de UvA en HvA, met het serieuzere werk af, door haar plannen omtrent Graduate Schools uiteen te zetten. De afgelopen tijd heeft zij onderzocht op welke manier deze het beste ingevoerd kunnen worden. Ze legde uit welke structuur de Graduate Schools zullen krijgen en hoe ze ingericht zullen worden. Mevrouw van den Boom pleit voor een zogenaamde ‘harde knip’ tussen Bachelor en Master en voor een thematische inrichting van de Graduate Schools.
Daarna was het de beurt aan vertegenwoordigers van Politieke Jongeren Organisaties. Ruben van der Linde (Jonge Socialisten), Jeroen Diepemaat (JOVD), Esther Tienstra (DWARS) en Bastiaan Verweij (ISO) gingen in debat over het Bachelor-Mastersysteem. Dit systeem is enkele jaren geleden ingevoerd. Heeft het wel de gewenste resultaten opgeleverd? De volgende stellingen vormden de leidraad van de discussie: 1. ‘De Bachelor wordt ondergesneeuwd door Graduate Schools’ en 2. ‘Alleen door selectie aan de poort krijg je een goede Masteropleiding’. De discussianten gaven hun visies op verschillenden aspecten van deze stellingen. In de huidige structuur geven docenten bijvoorbeeld zowel aan Bachelor- als aan Masterstudenten les. Zal een ‘harde knip’ tussen Bachelor en Master en niet voor zorgen dat alle goede docenten aangetrokken worden door de Graduate Schools? De tweede stelling riep misschien wel meer vragen op dan antwoorden. Ten eerste: op welke manier zou er selectie aan de Masterpoort moeten plaatsvinden? Door middel van collegegelddifferentiatie (het vrijgeven van collegegeld) of door te kijken naar de cijferlijst van een student? De JOVD is voor collegegelddifferentiatie, terwijl DWARS en de JS juist tegen zijn. Volgens de laatste partijen moet onderwijs vrij toegankelijk voor iedereen zijn. DWARS en ISO vinden dat er vooral gekeken moet worden naar de motivatie van de student en niet naar zaken als cijferlijsten. Alle vier de partijen waren het erover eens dat een Bachelor zou moeten dienen als een goede basis. De JS zijn tegen een verdere uitbreiding van het Bachelor-Mastersysteem en de vorming van Graduate Schools, zolang de Bachelor nog niet als volwaardig wordt beschouwd. Het zou een optie zijn om het Bachelortraject te verlengen en te intensiveren zodat een Bachelordiploma op de arbeidsmarkt voor ‘vol’ aangezien wordt. Studenten die zich willen specialiseren zouden dan nog een tweejarige Master kunnen volgen. Maar in welke volgorde zouden deze onderwijsvernieuwingen dan het beste ingevoerd kunnen worden? Kortom, het bleek wel dat de discussie over het Bachelor-Master-systeem nog lang niet uitgedoofd is.
Vervolgens presenteerde het ASVA onderzoeksbureau resultaten van een onderzoek naar schakelprogramma’s. Het ASVA onderzoeksbureau doet onafhankelijke onderzoeken naar zaken die op studeren betrekking hebben. Schakelprogramma’s zorgen ervoor dat HBO-studenten na het volgen van een één jaar durend traject over kunnen stappen naar een Master op academisch niveau en dat studenten die een academische Bachelor in een bepaalde studierichting hebben gevolgd over kunnen stappen naar een Master in een andere richting. Terwijl het programma dus maar één jaar duurt, rondt 37% van de studenten het traject pas na drie jaar af. Het onderzoeksbureau heeft gekeken hoe de schakelstudenten het programma evalueren en hoe docenten schakelstudenten beoordelen. Uit het onderzoek bleek dat schakelstudenten gematigd tevreden zijn over het programma. Studenten die een HBO-opleiding als achtergrond hebben, ondervinden meer problemen dan studenten die al aan de universiteit studeerden. Opvallend is dat een groot deel van de studenten, voornamelijk academische studenten, denkt bij de Master te kunnen instromen zonder een schakeljaar te hebben gevolgd. De docenten vinden dat de schakelstudenten over het algemeen een lager niveau hebben dan reguliere studenten. Door middel van dit onderzoek hoopt ASVA dat er meer aandacht komt voor schakelprogramma’s. Het onderzoeksrapport wordt onder andere naar Opleidingscommissies gestuurd, zodat zij eventueel kunnen kijken hoe het gesteld is met het schakelprogramma binnen hun eigen opleiding.
Tenslotte gingen Martijn Hordijk (CNV Jongeren), Lisa Westerveld (LSVb) en wederom Bastiaan Verweij (ISO) in debat over de vraag of studenten na het volgen van een Bachelor klaar zijn om de arbeidsmarkt op te gaan. De discussianten waren het er unaniem over eens dat, misschien de student wel, maar de arbeidsmarkt daar zeker nog niet klaar voor is. Bedrijven nemen over het algemeen simpelweg niet graag studenten aan met enkel een Bachelordiploma op zak. Men gaat er van uit dat de capaciteiten van een student pas na vier jaar, na het schrijven van een eindscriptie, volledig ontplooid zijn. De deelnemers vroegen zich bovendien af: ‘Wie wil er nou met een Bachelordiploma al de arbeidsmarkt op?’ Dat maar een enkeling in de zaal zijn vinger opstak, geeft wel aan hoe de gemiddelde student hierover denkt. Een Master voegt blijkbaar op dit moment erg veel toe. Met een Bachelordiploma de arbeidsmarkt op gaan, lijkt onverstandig. De zaken zouden anders zijn als de Bachelor geïntensiveerd zou worden en bijvoorbeeld vier jaar zou gaan omvatten. Maar het systeem is nu op een manier opgebouwd dat een student als het ware ‘gedwongen’ wordt om na de Bachelor nog een Master te volgen. Wat maakt nou eigenlijk het verschil tussen een Bachelor- en een Masterdiploma? Officieel gezien zou een student pas in de Masterfase ‘echt’ aan het werk gaan in de wetenschappelijke wereld (en daaraan een bijdrage te doen), terwijl de Bachelor meer als een oriënterende fase wordt beschouwd. Op dit moment lijkt dat vooral te gelden voor de onderzoeksmasters en minder voor aansluitmasters. Maar een klein gedeelte van de studenten gaat na het behalen van de Master verder in de wetenschappelijke wereld. Het merendeel zoekt een baan buiten de universiteit. Zou een wetenschappelijke studie dan niet meer moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door een stage in te plannen? De LSVb vindt dat de universiteit niet in dienst moet komen te staan van de arbeidsmarkt, maar dat studenten wel de ruimte moeten hebben om naast hun studie goed om zich heen te kunnen kijken. Het landelijke beleid maakt dat echter steeds moeilijker. De LSVb en ISO proberen dat beleid dan ook tegen te gaan. Bastiaan Verweij van ISO benadrukt dat, als de richtingen HBO en WO blijven bestaan in Nederland, ze ook duidelijk van elkaar gescheiden moeten blijven, HBO praktijkgericht en WO academisch georiënteerd dus.
Na afloop van het programma hebben de deelnemers en de bezoekers van het ASVA-onderwijscafé nog geruime mogelijkheid om met elkaar door te discussiëren. Een kans die zij niet onbenut laten.
Het eerste onderwijscafé dat de ASVA studentenunie organiseerde was ‘voor herhaling vatbaar’, zo concludeerde ASVA-voorzitter Anne Janssens na afloop. Een goed gevulde Muziekzaal in CREA I, een gevarieerd programma en interessante discussies rechtvaardigen deze uitspraak. Een informele avond over Graduate Schools, schakelprogramma’s en de voor- en nadelen van de Bachelor-Masterstructuur.
Jim Jansen, hoofdredacteur van Folia, leidde de avond in met een smakelijk praatje over zijn eigen studietijd. Vervolgens trapte Dymph van den Boom, de rector magnificus van de UvA en HvA, met het serieuzere werk af, door haar plannen omtrent Graduate Schools uiteen te zetten. De afgelopen tijd heeft zij onderzocht op welke manier deze het beste ingevoerd kunnen worden. Ze legde uit welke structuur de Graduate Schools zullen krijgen en hoe ze ingericht zullen worden. Mevrouw van den Boom pleit voor een zogenaamde ‘harde knip’ tussen Bachelor en Master en voor een thematische inrichting van de Graduate Schools.
Daarna was het de beurt aan vertegenwoordigers van Politieke Jongeren Organisaties. Ruben van der Linde (Jonge Socialisten), Jeroen Diepemaat (JOVD), Esther Tienstra (DWARS) en Bastiaan Verweij (ISO) gingen in debat over het Bachelor-Mastersysteem. Dit systeem is enkele jaren geleden ingevoerd. Heeft het wel de gewenste resultaten opgeleverd? De volgende stellingen vormden de leidraad van de discussie: 1. ‘De Bachelor wordt ondergesneeuwd door Graduate Schools’ en 2. ‘Alleen door selectie aan de poort krijg je een goede Masteropleiding’. De discussianten gaven hun visies op verschillenden aspecten van deze stellingen. In de huidige structuur geven docenten bijvoorbeeld zowel aan Bachelor- als aan Masterstudenten les. Zal een ‘harde knip’ tussen Bachelor en Master en niet voor zorgen dat alle goede docenten aangetrokken worden door de Graduate Schools? De tweede stelling riep misschien wel meer vragen op dan antwoorden. Ten eerste: op welke manier zou er selectie aan de Masterpoort moeten plaatsvinden? Door middel van collegegelddifferentiatie (het vrijgeven van collegegeld) of door te kijken naar de cijferlijst van een student? De JOVD is voor collegegelddifferentiatie, terwijl DWARS en de JS juist tegen zijn. Volgens de laatste partijen moet onderwijs vrij toegankelijk voor iedereen zijn. DWARS en ISO vinden dat er vooral gekeken moet worden naar de motivatie van de student en niet naar zaken als cijferlijsten. Alle vier de partijen waren het erover eens dat een Bachelor zou moeten dienen als een goede basis. De JS zijn tegen een verdere uitbreiding van het Bachelor-Mastersysteem en de vorming van Graduate Schools, zolang de Bachelor nog niet als volwaardig wordt beschouwd. Het zou een optie zijn om het Bachelortraject te verlengen en te intensiveren zodat een Bachelordiploma op de arbeidsmarkt voor ‘vol’ aangezien wordt. Studenten die zich willen specialiseren zouden dan nog een tweejarige Master kunnen volgen. Maar in welke volgorde zouden deze onderwijsvernieuwingen dan het beste ingevoerd kunnen worden? Kortom, het bleek wel dat de discussie over het Bachelor-Master-systeem nog lang niet uitgedoofd is.
Vervolgens presenteerde het ASVA onderzoeksbureau resultaten van een onderzoek naar schakelprogramma’s. Het ASVA onderzoeksbureau doet onafhankelijke onderzoeken naar zaken die op studeren betrekking hebben. Schakelprogramma’s zorgen ervoor dat HBO-studenten na het volgen van een één jaar durend traject over kunnen stappen naar een Master op academisch niveau en dat studenten die een academische Bachelor in een bepaalde studierichting hebben gevolgd over kunnen stappen naar een Master in een andere richting. Terwijl het programma dus maar één jaar duurt, rondt 37% van de studenten het traject pas na drie jaar af. Het onderzoeksbureau heeft gekeken hoe de schakelstudenten het programma evalueren en hoe docenten schakelstudenten beoordelen. Uit het onderzoek bleek dat schakelstudenten gematigd tevreden zijn over het programma. Studenten die een HBO-opleiding als achtergrond hebben, ondervinden meer problemen dan studenten die al aan de universiteit studeerden. Opvallend is dat een groot deel van de studenten, voornamelijk academische studenten, denkt bij de Master te kunnen instromen zonder een schakeljaar te hebben gevolgd. De docenten vinden dat de schakelstudenten over het algemeen een lager niveau hebben dan reguliere studenten. Door middel van dit onderzoek hoopt ASVA dat er meer aandacht komt voor schakelprogramma’s. Het onderzoeksrapport wordt onder andere naar Opleidingscommissies gestuurd, zodat zij eventueel kunnen kijken hoe het gesteld is met het schakelprogramma binnen hun eigen opleiding.
Tenslotte gingen Martijn Hordijk (CNV Jongeren), Lisa Westerveld (LSVb) en wederom Bastiaan Verweij (ISO) in debat over de vraag of studenten na het volgen van een Bachelor klaar zijn om de arbeidsmarkt op te gaan. De discussianten waren het er unaniem over eens dat, misschien de student wel, maar de arbeidsmarkt daar zeker nog niet klaar voor is. Bedrijven nemen over het algemeen simpelweg niet graag studenten aan met enkel een Bachelordiploma op zak. Men gaat er van uit dat de capaciteiten van een student pas na vier jaar, na het schrijven van een eindscriptie, volledig ontplooid zijn. De deelnemers vroegen zich bovendien af: ‘Wie wil er nou met een Bachelordiploma al de arbeidsmarkt op?’ Dat maar een enkeling in de zaal zijn vinger opstak, geeft wel aan hoe de gemiddelde student hierover denkt. Een Master voegt blijkbaar op dit moment erg veel toe. Met een Bachelordiploma de arbeidsmarkt op gaan, lijkt onverstandig. De zaken zouden anders zijn als de Bachelor geïntensiveerd zou worden en bijvoorbeeld vier jaar zou gaan omvatten. Maar het systeem is nu op een manier opgebouwd dat een student als het ware ‘gedwongen’ wordt om na de Bachelor nog een Master te volgen. Wat maakt nou eigenlijk het verschil tussen een Bachelor- en een Masterdiploma? Officieel gezien zou een student pas in de Masterfase ‘echt’ aan het werk gaan in de wetenschappelijke wereld (en daaraan een bijdrage te doen), terwijl de Bachelor meer als een oriënterende fase wordt beschouwd. Op dit moment lijkt dat vooral te gelden voor de onderzoeksmasters en minder voor aansluitmasters. Maar een klein gedeelte van de studenten gaat na het behalen van de Master verder in de wetenschappelijke wereld. Het merendeel zoekt een baan buiten de universiteit. Zou een wetenschappelijke studie dan niet meer moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door een stage in te plannen? De LSVb vindt dat de universiteit niet in dienst moet komen te staan van de arbeidsmarkt, maar dat studenten wel de ruimte moeten hebben om naast hun studie goed om zich heen te kunnen kijken. Het landelijke beleid maakt dat echter steeds moeilijker. De LSVb en ISO proberen dat beleid dan ook tegen te gaan. Bastiaan Verweij van ISO benadrukt dat, als de richtingen HBO en WO blijven bestaan in Nederland, ze ook duidelijk van elkaar gescheiden moeten blijven, HBO praktijkgericht en WO academisch georiënteerd dus.
Na afloop van het programma hebben de deelnemers en de bezoekers van het ASVA-onderwijscafé nog geruime mogelijkheid om met elkaar door te discussiëren. Een kans die zij niet onbenut laten.