Debat over homo-tolerantie in het studentenleven
Maandag 29 juni presenteerde Floris Jan Donders, medewerker van het ASVA onderzoeksbureau, de belangrijkste resultaten van een onderzoek over homoseksualiteit aan de HvA en UvA. Het onderzoek geeft een gemixt beeld over de homo-acceptatie van Amsterdamse studenten.
80% van de respondenten was uit de kast. 42,3% van de studenten is wel eens in aanraking gekomen met discriminatie, uiteenlopend van bedreiging tot uitlachen. De meeste discriminatie vindt plaats ‘op straat’, tijdens uitgaan’ en ‘in de woonomgeving’. Van discriminatie bij studenten/ studie/ sportverenigingen kwamen bijna geen meldingen, terwijl bijna 40% van de respondenten wel bij een vereniging zit. Verschillen tussen de HvA en de UvA zijn dat ‘identificatie met stereotypen’ vaker voorkomt bij de UvA en ‘Buitengesloten worden’ vaker bij de HvA. Het gemiddelde cijfer dat de respondenten aan Amsterdam geven als studentenstad is een 7,5. 66% vindt Amsterdam een tolerante stad, maar slechts 19% heeft daardoor voor Amsterdam gekozen als studiestad. 40% vindt dat als je open bent over je geaardheid je niet onder negatieve reacties uit komt. 82% vindt dat een grapje over homo’s moet kunnen. Klik hier voor het volledige rapport.
Vervolgens sprak Gert Hekma, docent homo/lesbische studie aan de UvA. Zoals uit het rapport blijkt komt de discriminatie van holebi’s meer op straat voor dan binnen de UvA/ HvA. Volgens Hekma speelt zichtbaarheid een rol. Ten eerste houden mensen vooroordelen verborgen. Zo blijkt uit een onderzoek dat 95% van de mensen niks tegen homo’s hebben, maar dat 90% bezwaar heeft tegen kussende mannen. Als het dichterbij komt, is er dus minder acceptatie.
Hiernaast proberen homomannen als homo onzichtbaar te zijn. ASVA had in het onderzoek de vraag kunnen betrekken hoe zichtbaar studenten zichzelf als homo maken. Het is namelijk gebleken dat homo’s zichzelf onzichtbaar maken en plekken mijden waar gediscrimineerd wordt. Ze gaan niet bij het corps en als ze er wel heengaan maken ze hun homoseksualiteit onzichtbaar. Sommige homo’s hebben zelfs een hekel aan zichtbaar homoseksuele uitingen zoals kleding en houding. Soms het onzichtbaar maken van homoseksualiteit zelfs zo ver doorzetten dat men zichzelf niet meer is. Discriminatie zit er dus niet alleen in wat hetero’s doen, maar ook wat homo’s zelf doen. Sommige mensen ontkennen homo-discriminatie, door te zeggen dat het niet zo erg is. Scheldwoorden gaan het ene oor in en het andere oor uit. Een andere suggestie van Hekma is om in het onderzoek van ASVA net afgestudeerden te betrekken, zodat duidelijk wordt wat de ervaringen gedurende de studietijd waren.
Over de UvA-boot zegt Hekma: het College van Bestuur wilde niet betalen en daar werden geen argumenten voor gegeven. Een UvA-boot zou niet op de weg liggen die het College wil volgen. Het CvB wel echter wel duizenden euro’s betalen voor de Dam-tot-dam-loop. In 1998 deed de UvA ook al niet mee aan de Gay games. Dat zou een ‘smet werpen’ op de UvA. De UvA heeft betere tijden gekend. Eind jaren ’80 was de UvA democratisch en was er veel inspraak van organisaties als ASVA. Er waren plannen voor vrouwenstudies, genderstudies, drugsstudies en Islaamstudies, maar de meeste daarvan zijn er nooit gekomen. In Amerika heeft elke universiteit een gay/lesbian vereniging die gefinancierd wordt door de universiteit. Waarom hebben wij dat in Amsterdam niet?
De UvA zou moeten investeren in seks- en genderstudies, vindt Hekma, want de UvA verliest veld. Voor studenten is dit essentieel en ook op het gebied van het multiculturele debat. Er zou een homoseksueel klimaat moeten komen op de UvA/ HvA. Docenten en studenten moeten initiatieven nemen. Er moeten debatten over komen, exposities etc.
Na de speech van Hekma volgt een debat onder leiding van Jan Paternotte met:
• Thea Schepers (werkzaam bij de UvA)
• Maartje van der Ent (werkt bij het COC jongeren)
• Gert Hekma (UvA-wetenschapper)
• Koen Keepers (Pro Gay)
• Frank Ossel (Wethouder diversiteit van de Gemeente Amsterdam).
Van der Ent: Ik vind het rapport goed nieuws, maar er moet nog heel veel gebeuren. Het gaat om de zichtbaarheid. Studenten moeten zich laten zien.
Keepers: Ik vind de UvA homo-vriendelijk. Ik heb nooit nare ervaringen gehad. Voor het onderzoek van ASVA hebben 42 studenten van de UvA de vragenlijst ingevuld. Dat vind ik niet representatief. De UvA is een open plek. Je loopt erin en eruit. Dat heeft niet veel met acceptatie te maken. Uit dit onderzoek komt naar voren dat homo’s hun eigen weg zoeken. Homoseksuele studenten gaan niet bij het corps. Op plekken waar je niet vrijwillig heen gaat, op straat, vindt de discriminatie plaats.
Ossel heeft het actieplan Amsterdam Gay-capital gepresenteerd. Waarom zijn we die positie kwijtgeraakt? Eind jaren ’90 dachten we dat we er al waren. Toen vond het eerste homohuwelijk ter wereld plaats in Amsterdam. Op de spanningen die later ontstonden is laat gereageerd omdat men het niet zag. Nu is dat wel gecorrigeerd.
Gaat de homo-acceptatie goed onder studenten?
Ossel: Discriminatie vindt overal plaats, ook op een grote organisatie als de universiteit. De universiteit zou een actieplan op moeten richten als organisatie, net zoals iets Gay-capital. De leiding heeft met de cultuur die zij uitdraagt veel invloed.
Schepers: De argumenten die het CvB heeft gegeven waarom het de Gay-boot niet wil financieren, geloof ik niet. Je kunt moeilijk andere argumenten verzinnen. De UvA heeft geen doelengroepenbeleid. Het gaat over een diversiteitsbeleid. Ik vind dat je dat moet hebben als grote organisatie.
Hekma: Het is schandelijk dat de UvA geen diversiteitsbeleid heeft! Er moet een studentenvereniging zijn en de gemeente en de universiteit zouden een onderzoeksinstituut moeten neerzetten. De UvA heeft nu een kleine afdeling. Amsterdam zou een homo-museum moeten hebben en meer geld moeten vrijmaken voor onderzoek.
Keepers: Dankzij de steun van UvA-mensen is een jongen die ik ken vrouw geworden. Zij zat op een faculteit waar ze zich veilig voelde, maar ik heb ook wel eens gehoord dat transseksuelen geweigerd worden op de UvA. Als je een diversiteitsbeleid vormt, creëer je een klimaat voor zoiets.
Van der Ent: Ook voor de groep voor wie het nog een onbekend onderwerp is en studenten die veiligheid zoeken is zo’n beleid van belang.
Jongen uit het publiek: je kunt het ook overdrijven. Ik zit zelf bij het corps en ik ben zichtbaar homo.
Hekma: Zo’n beleid gaat ook over onderzoek. Het onderwijs heeft effect op individuele personen.
Uit publiek, Thomas Smits (Algemeen Bestuurslid ASVA): De houding van de UvA en de Hva is ‘We zijn er al’. Als het CvB het plan voor de boot steunt, denken mensen dat er een probleem is, terwijl men nu denkt dat het goed gaat.
Schepers: Zo’n boot is ook van belang om het te vieren.
Ossel: De gemeente gaat geen boten subsidiëren. Ik ben het er wel mee eens dat er meer genderstudie moet zijn. Maar je kunt niet in je eentje een groep emanciperen. Het creeërt een bepaalde sfeer als de universiteit een diversiteitsbeleid invoert, de kracht van de diversiteit. Ik vind dat het CvB een statement moet maken door aan te geven ‘alle mensen horen hier thuis’. Het effect daarvan kan groot zijn, zowel op mensen die het niet kennen en mensen die zich aangesproken voelen.
Docent van de HvA uit publiek: Binnen de lesstof op de HvA wordt homoseksualiteit ontkent. De gemeente zou het moeten stimuleren dit onderwerp in de lesstof te betrekken! Bij geen van de vakgroepen komt het aan de orde. Bij Maatschappijleer komen wel de Joden in de Tweede Wereldoorlog aan de orde, maar niet de homo’s. Hekma zou niet als enige verantwoordelijk hiervoor moeten zijn.
Hekma: Er zou een traject ontwikkeld moeten worden vanuit de gemeente en het onderwijs. De gemeente en het COC geven wel voorlichting op scholen. Dat is een goede manier. Het zou goed zijn om meer deskundigheid op de universiteit hierover te hebben.
Keepers: er is weinig interesse van de hetero voor de homo. Er moet een klimaatvriendelijke sfeer zijn. Niet alleen homo zijn verantwoordelijk daarvoor, maar hetero’s zouden het ook belangrijk moeten vinden. Als homo wordt je steeds met je seksualiteit geconfronteerd: wat betekent het om homo te zijn bij een sportvereniging? Er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden. Hoe kan je die tot stand brengen?
Ossel: De gemeente kan faciliteren. Binnen de evenementen die in Amsterdam plaatsvinden, zoals het Kwakoe-festival of Sail, zou steeds een link moeten zijn met gay-evenementen. We zouden moeten kijken hoe dat kan gebeuren. De gemeente zou zoiets supporten.
Van der Ent: Wij gaan naar middelbare scholen om de zichtbaarheid te vergroten. De UvA is ook slecht in het binden van allochtonen. De VU richt zich daar bijvoorbeeld veel meer op.
Uit publiek zegt Marijn Faling, werkzaam bij Onderzoeksbureau van ASVA: Naar mijn idee zijn er twee manieren om met diversiteit om te gaan: de universiteit kan zich blanco opstellen, zoals nu óf alle diversiteiten aandacht geven. Dat laatste kost veel geld en energie kost.
De sprekers zijn het er alle vijf over eens dat de UvA wel een diversiteitsbeleid moet hebben.
Gert: Het is betreurenswaardig dat de UvA eigenlijk aangeeft: we zijn een universiteit van de stad, maar wij keren ons met onze rug naar de stad toe.
Uit publiek: De UvA schiet tekort op de kwaliteit en het vernieuwingsbeleid. In de jaren ’80 kwamen de homostudies tot stand. Drugsstudies, Islaam, seksuele diversiteit: deze leerstoel is er nooit gekomen. Er zijn wel werkgroepen, maar doordat er geen leerstoel is, is er nooit geld om bijvoorbeeld een congres te organiseren. De UvA heeft alle kansen laten lopen. De ideeën voor diversiteit zijn er: een boot etc.
Schepers: volgend jaar gaan we weer proberen de boot erdoorheen te krijgen. Maar we moeten het niet van het CvB hebben.
Jan Patternote: Wat is het belangrijkst dat moet gebeuren? Wat staat bovenaan?
Van der Ent: Een diversiteitsplan, veiligheid, tolerantie, genderstudies.
Keepers: Dit onderzoek van ASVA moet elk jaar herhaald worden. Er is weinig kennis over homo’s aan de UvA/ HvA. Er moet een pot met geld komen voor een grootschalig onderzoek.
Waarom komt er niks vanuit stadhuis?
Ossel: Het is niet nodig dat de gemeente zo’n UvA-boot zou financieren. Dat is enkel een symbool van het CvB. De sleutel ligt volgens mij in het argument dat de UvA internationale studenten wil aantrekken. Diversiteit zorgt voor aantrekkelijkheid. Dat is een sterk argument!
Uit publiek: de universiteit is een plek om jezelf te zijn, daarom moet er een diversiteitsbeleid komen. Er moeten initiatieven komen en er moet meer aandacht komen vanuit de universiteit. De UvA geeft ook geld aan het corps, maar zou ook een homovereniging moeten steunen.
Uit publiek: Op de universiteit word je voorbereid op de arbeidsmarkt, waar op dit moment veel met diversiteit bezig is. Als de universiteit ook een diversiteitsbeleid voert, komen mensen daarmee niet pas in aanraking als ze gaan werken.
Hekma: Je hebt ook Turkse, Marokkaanse verenigingen. Mensen kunnen elkaar daar ontmoeten. Bij genderstudies komt de helft van de studenten uit het buitenland. Het onderwijs is goed hier aan de UvA. Er wordt gebruik gemaakt van de stad Amsterdam. Studenten nemen een kijkje in een homobar en op de Wallen. Dat kan in Amerika niet. Amsterdam is voor buitenlandse studenten vaak een openbaring. Hier kun je concreet onderzoek doen zonder dat dat wordt tegengewerkt door de staat. In Amerika wonen studenten vaak op een campus, dat staat ver buiten het werkelijke leven. Wij hebben de universiteit pas naast het Red light district.
Ideeën:
Hekma: het zou goed zijn als homo’s zich organiseren. Diversiteit is een hot item in de politiek, op de arbeidsmarkt. Er is veel aandacht voor dit thema. Dat is interessant voor meer onderzoek. Op dit moment zou daarvan gebruik moeten worden gemaakt.
Ossel: Studenten zouden een brief met handtekeningen kunnen aanbieden voor meer diversiteit aan de UvA/ HvA. Het onderwijs moet worden aangepast en de relatie marketing-diversiteitsbeleid moet duidelijk worden.
Uit het publiek zegt Caroline Leek, secretaris van ASVA: ASVA is bezig om een werkgroep diversiteit te installeren. Veel mensen zijn voor zo’n beleid.
Keepers is enthousiast over wat er nu gebeurt. Er moet een diversiteitsbeleid komen! En er moet iets komen om elkaar te ontmoeten, ook voor de gezelligheid. Hoe kunnen we dat constructief bewerkstellingen?
Van der Ent: Er moet benadrukt worden hoe hoeveel invloed deze groep heeft op de sfeer in de stad.
Schepers: De UvA als geheel moet hier aandacht aan besteden. Dat is nodig voor een prettige omgeving, ook voor werknemers.
